Inspiratie-Experimenten

Wanneer je innovatie en vernieuwing introduceert in je organisatie ga je niet over één nacht ijs. Verandering vraagt tijd. Ruimte ook om uitvoerig kennis te kunnen maken met het ‘nieuwe’.

Bijkomend is innoveren mogelijks niet aan iedereen besteed, de ene mens heeft al meer weerstand tegen verandering dan de andere.

Iedereen samen in het bad?

De innovatietheorie van Rogers geeft een beeld van hoe innovatie zijn weg vindt in een systeem. Hij verdeelt de individuen in dat systeem op een Gauss-curve met verschillende categorieën. De kans is heel groot dat elk van die strekkingen in een welbepaalde organisatie aanwezig is.

Zij zijn er als de kippen bij om iets nieuws uit te proberen. Vernieuwing is hun ding en ze zijn liefst de eersten om met iets nieuws te beginnen. Ze zijn heel nieuwsgierig en gemotiveerd om uit te zoeken wat er allemaal mogelijk is/wordt. Denk maar aan een heel aantal bottom-up initiatieven rond onlinehulp die gestart zijn vanuit de persoonlijke interesse en motivatie van een aantal medewerkers.
Zij zijn niet de allereersten om nieuwe technologie te gaan gebruiken maar ze zijn zeker nieuwsgierig.  Ze zijn graag pioniers in hun eigen omgeving. Ze volgen evoluties op de voet. Vrij snel zetten ze de stap naar omarmen van de verandering. Ze gaan uitproberen, testen en zoeken.
Sneller dan het gemiddelde gaan zij nieuwe technologie gaan gebruiken. Ze zijn nog altijd ‘voorlopers’, maar kijken graag eerst even de kat uit de boom. Verkennen en uitzoeken is iets minder hun ding, deze mensen gaan liever af op de ervaringen van de early adopters en innovatoren.
Deze groep is moeilijker te overhalen om mee te stappen in verandering. Zij zullen de stap zetten (mogelijks met enig gemor) als dit van hen verwacht of gevraagd wordt maar ze staan er niet voor te springen. Als de meesten mee op de kar zitten, zullen zij zich er ook aan wagen.
Deze mensen staan wantrouwig tegenover verandering. Bij deze groep vind je dan ook de grootste weerstand. Zij zullen enkel ‘onder dwang’ meestappen in de verandering maar blijven weerstand hebben. ‘Vroeger was het beter’  en ‘Waarvoor is dat nu allemaal goed?’ zijn bij deze categorie dan ook vaak voorkomende uitspraken.

Het kan interessant zijn om je als organisatie vooraf de vraag te stellen of je iedereen tegelijk het online-bad mee in wil trekken. Dit is de optie waarmee je op (relatief) korte termijn op grote schaal veranderingen kan doorvoeren. Je kan op een makkelijke manier al je medewerkers / collega’s tegelijk informeren over de verandering. Iedereen is tegelijk betrokken, collega’s kunnen allen van elkaar leren en dingen opsteken. Bedenk hierbij wel dat je heel veel tijd zal moeten investeren in overwinnen van weerstanden, niet elke collega of medewerker staat te trappelen voor verandering.

Of toch niet?

Misschien bouw je liever stelselmatig op zodat de nieuwe methodiek, tool of manier van werken gaandeweg een plaats vindt in je organisatie. Een werk en proces van iets langere adem. Veel organisaties kiezen voor dit spoor. De start wordt gemaakt met een kleine ‘club’ gemotiveerde mensen. Een deel van een team, medewerkers over verschillende teams of voorzieningen heen,…afhankelijk van wat haalbaar en wenselijk is in je organisatie. Werken met een pilootproject of proeftuin, heeft als voordeel dat je begint met mensen die gemotiveerd zijn en interesse hebben. Je wordt niet verplicht om in de beginfase te werken rond grote weerstand die er bij sommigen wel kan zijn (‘de achterblijvers’). Belangrijk hierbij is om een degelijk plan van aanpak te hebben waarbij participatie, communicatie, feedback en evaluatie sleutelwoorden zijn.

Je proeftuin of pilootproject is een goed experiment en zal bijzonder waardevolle informatie opleveren om nadien de veranderingen op een grotere schaal te gaan uitrollen. Lessons learned en good practices die je naar de rest van je organisatie kan overdragen.

Maak kennis, prutsen mag

Als je een welbepaalde tool of platform voor ogen hebt, is het altijd een goed idee om dit zelf eerst grondig uit te testen. Ook met tools die je gratis kan gebruiken. Experimenteer erop los om de functionaliteiten en eventuele valkuilen te leren kennen.

Wanneer je als organisatie of team bijvoorbeeld overweegt om facebook in te zetten, dan is het maar een kleintje om eerst één of meerdere fictieve accounts aan te maken. Dat kost je niets maar levert je heel veel informatie op. Neem de tijd om goed uit te pluizen hoe alles werkt, ook op technisch vlak. Want je kan tonnen leesvoer verslinden, maar je merkt pas echt hoe de vork in de steel zit als je het zelf gebruikt.

Een paar voorbeelden:

Chat voor volwassenen in het CAW

Op het moment dat de chat voor jongeren, JAConline, al goed uitgebouwd was, kozen de CAWs ervoor om ook chathulp aan te bieden voor volwassenen. Eerder dan dit te gaan introduceren in alle CAWs, werd ervoor gekozen om gedurende één jaar te werken met een pilootproject. Een aantal CAWs namen hieraan deel. Op basis van een grondige evaluatie werd chat voor volwassenen na één jaar uitgerold over alle CAWs.

Pilootproject Media-W

In dit mediawijsheid-project werd ook gekozen om te starten met gemotiveerde medewerkers. Er werd op verschillende momenten ruimte gelaten voor andere geïnteresseerden om mee aan te haken. Er werd een model gebruikt waarbij zowel directie, middenkader als hulpverleners welbepaalde taken en verantwoordelijkheden hadden om het mediawijsheidstraject verder succesvol te implementeren. Je vindt dit model in deel twee van de wegwijzer mediawijsheid.

terug naar 'inspiratie'
2018-07-04T21:52:13+00:00 25 oktober 2016|Categories: inspiratie|Tags: , , , , |